Bergmans, John Baptiste (John)

John Bergmans

Geboren op 6 juni 1892 te Antwerpen als zoon van Petrus Bergmans (Berchem 2 april 1864-Antwerpen 21 januari 1946) en Joanna Cornelia Leontina Bruyninckx (Putte 27 januari 1862-Wilrijck 18 juli 1919). Zijn vader was hoofdtuinier en rentmeester van grote zogenaamde buitenplaatsen. Bergmans huwde op 19 juli 1928 met Jacoba Margaretha Wilhelmina (Coby) Visser (Amsterdam 5 april 1900), oudste dochter van architect Jan Visser. John Bergmans groeide door het werk van zijn vader op temidden van een zeer rijke flora. Na zijn middelbare school werd hij opgeleid door de toenmaals wereldberoemde professor Henri van Heurck (1838-1909), botanicus en microcopist, die Europa's grootste herbarium bezat en directeur was van de plantentuin in Antwerpen. Van 1907 tot 1910 volgde hij in Antwerpen de leergang plantenkunde gedoceerd door H. de Beukelaer, leraar-bestuurder van de stedelijke Kruidtuin van Antwerpen. Op 18-jarige leeftijd ging Bergmans zich bekwamen in de grote Franse boomkwekerijen in Orleans en begon een autodidactische periode. Hij studeerde in Gent plantenkunde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij in dienst van het Belgische leger, maar vertrok naar het neutrale Nederland. In november 1914 verbleef hij te midden van vele Belgische vluchtlingen in Haarlem of omgeving. Hij deed allereerst praktijkervaring op bij kwekerijen in Aerdenhout (Van Empelen & Van Dijk, 1915-1916), Amsterdam (Rozenoord, 1916-1917), Heemstede (buitenlaats Dennenheuvel 1917-1919). Vervolgens had hij een dienstverband bij Royal Tottenham Nurseries te Dedemsvaart (vanaf 1919), Turkenburg te Bodegraven en J.H. Faassen-Hekkens te Tegelen. Ook werkte hij in Driebergen en vestigde zich als tuinarchitect. Hij kwam op 5 april 1927 vanuit Rijsenburg (Driebergen) naar Oisterwijk, waar hij eerst ging wonen op Huize Weyenbergh (B245) en vervolgens op het adres A131. Na zijn huwelijk woonde hij in de periode 1928-1938 aan het Klompven, in de Bremlaan, aan de Heisteeg en in de Schoolstraat/Peperstraat. Zijn eerste opdracht (1924) kwam van de bouwmaatschappij NV Arendshoven van zijn toekomstige schoonvader, tot eind 1926 was Coby Visser directrice van Arendshoven. Bergmans was vanaf 1927 lid van de Nederlandse Dendrologische vereniging (NDV) en van de Bond van Nederlandse Tuinarchitecten. In Nederland is hij vooral bekend geworden door zijn boek Vaste planten en rotsheesters (1924), waarvan een tweede druk verscheen in 1933 en een derde in 1939. Het gold jarenlang als standaardwerk op gebied van tuinieren. Daarnaast publiceerde hij nog negen andere boeken over planten en tuinen en schreef vele artikelen in verschillende tijdschriften. Hij gold als de pionier op het gebied van rotstuinen en het gebruik van Alpine planten in tuinen in het laagland. Hij bezat in Oisterwijk een eigen kwekerij voor rotsplanten (1931). In 1927 stond hij als secretaris aan de wieg van de Tilburgse afdeling van de Natuur Historische Vereeniging. Na de Tweede Wereldoorlog was Bergmans eindredacteur van een dendrologisch (boomkundig) tijdschrift. John Bergmans had vele internationale contacten en ontving in 1973 The Veith Memorial Medal van de Royal Horticultural Society. Bergmans ontwierp ruim drieduizend tuinen, parken en recreatie-parken, voornamelijk in Nederland, maar ook in BelgiŽ, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Bekende ontwerpen zijn de Botanische Tuin in Terwinselen, de Arboreta in Kalmthout en Essen en het Dierenpark in Tilburg en in Zuid-Limburg de Botanische Tuin in Kerkrade (in opdracht van Staatsmijnen, 1939), het Schutterspark, het Openluchttheater in Brunssum en het Steinerbos in Stein. In 1949 werd Bergmans supervisor van de Plantkundige Dienst der Staatsmijnen. De tuinen van Bergmans laten zich typeren door het gebruik van een uitgebreid sortiment aan vaste planten, rotsplanten en heesters, waarvoor hij gedetailleerd uitgewerkte beplantingsplannen opstelde. In zijn ontwerpen hield hij rekening met reeds aanwezige bomen en veelvuldig paste hij hoogteverschillen toe. Het padenverloop in kleinere tuinen was doelgericht en rechtlijnig; in grote tuinen en parken maakte hij echter gebruik van slingerende paden, met een verharding van natuurlijke materialen. Met name in rotstuingedeelten maakte hij gebruik van flagstones, tegen elkaar aanliggend en met een rechtlijnige begrenzing. Een van Bergmans' grootste gaven was het creŽren van "doorkijkjes", waardoor men het gevoel krijgt dat de tuin veel groter lijkt, dan deze in werkelijkheid is. In Oisterwijk was hij ontwerper van het Klompven, het Natuurtheater, van de aanplant voor de Volkshogeschool en van vele tuinen in de villawijken van Oisterwijk. In 1926 publiceerde hij het boek Mooi Oisterwijk. Met zijn schoonvader de architect Visser kocht hij via George Perk een moerassig gebied van 13 ha. Bergmans richtte met Visser in 1928 de bouwmaatschappij 'Oisterwijk II' op en een eigen kwekerij. Vanaf dat jaar adverteerde hij als tuinarchitect in de Tilburgse krant. Een jaar later werd met Visser en de in Helmond wonende J.L.M. van Nunen in 1929 de bouw- enexploitatiemaatschappij 'Eindhoven' opgezet. In 1931 werd hij met Visser eigenaar van de Tilburgse exploitatiemaatschappij voor onroerende goederen 'Greta'. Het aangekochte terrein werd in de jaren dertig ontwikkeld tot villapark en een aanwezige zomp werd uitgegraven tot het Klompven. De zaken gingen zeker niet voortvarend, uit een advertentie uit de Nieuwe Tilburgsche Courant van 6 september 1933 blijkt dat Bergmans gedwongen werd zijn grote 'broeikast' gelegen achter pension Van Esscheven aan de Heisteeg publiekelijk te verkopen. Bergmans had goede relaties met de cultureel onderlegde kapelaan Rovers. Hij wist de kapelaan af te brengen een natuurtheater te bouwen aan de Scheibaan; Bergmans ontdekte een beter plekje tussen Boschven en Kruisven met voor- en achteruitgang voor een natuurtheater aan de Gemullehoekenweg. Bergmans koos voor brede wandelgangen en een groen klankbord van niet ritselende bomen. Bij de bevrijding van Oisterwijk was hij voorzitter van de buurtvereniging Nicolaas van Eschstraat, waar het echtpaar toen woonachtig was. Bergmans en zijn vrouw waren tot 1956-1957 lid van de plaatselijke PvdA, maar bedankten toen omdat ze vonden dat de PvdA een steviger pacifistisch geluid zou moeten laten horen. Op het einde van zijn leven woonde hij aan de Tilburgseweg in het laatste huis richting Heukelom aan de noordzijde. Hij overleed op 24 september 1980 te Oisterwijk.

Literatuur: 'Zoeklicht op een Oisterwijker. Tuinarchitect John Bergmans', Kerkklokje, 25 februari 1977.