Denissen, Adriaan

Geboren te Oisterwijk op 6 april 1817 als zoon van landbouwer en assessor Peter Peter Denissen (Oisterwijk 13 februari 1776) en Johanna Adriaan Brekelmans. Adriaan Denissen was een vermogend man, toen hij zich in 1850 bij de handboogschutterij Asterius meldde, stond er bij zijn beroep reeds 'rentenier'. In 1852 was hij vaandeldrager van de schutterij van Asterius. Maar daarna leek vervolgingswaanzin hem in zijn grip te hebben en stond hij bekend als '‘de man in het koperen harnas’. Denissen woonde op De Lind waar nu het VVV-kantoortje staat, leefde geheel alleen, had slechts een meid, die ook al bij zijn ouders diende, die voor hem het contact met de buitenwereld onderhield en zijn levensmiddelen bracht. Hij verkeerde in de veronderstelling dat men het op zijn leven gemunt had, vanwege zijn geld. De voorzorgen die hij nam kunnen buitengewoon genoemd worden, zijn gehele huis was van binnen met ijzer beslagen, er waren dubbele ijzeren deuren, over de zolder had hij een gewelf laten maken met aarde en ijzer opgevuld en daarover weer een platte vloer. Achter zijn huis was een ringmuur gebouwd: hoog 2,5 el en vier stenen dik tevens voorzien van schietgaten. Boven de deuren en ramen hingen ijzeren platen zodat bij een aanval de kogels daarop zouden afstuiten, tot datzelfde doel bezat hij ook een zevenkantige ijzeren kooi. Zijn wapenuitrusting bestond uit harnas, helm, schootsvel, achterlap en laarzen, alles van koper. De enige luxe die Denissen zich permitteerde was het drinken van rode wijn. Teon hij in 1873 een akte moest tekenen voor de verkoop van een deel van zijn grond, stonden de koper en de ambtenaren met getuigen op de binnenplaats terwijl Denissen vanuit zijn woning door de tralies zijn hand stak om de akte te tekenen. Na zijn overlijden op 28 februari 1874 vond men een brandkast vol specieen twee zakken specie boven op deze brandkast met inelke zak duizend. Tussen zijn papieren en linnengoed vond men 17 bankjes van 1000 gulden, verder nog een koperen masque, geweren en een koperen dekkleed om onder te slapen. Het koperen harnas werd voor 121 gulden verkocht aan Abr. van den Muysenbergh, koopman in metalen antiquiteiten te Roosendaal.

Literatuur: Tilburgsche Courant, 8 maart en 29 maart 1875.