Lannoy, Jacob Arnold Henri de

Geboren in Doornik (BelgiŽ) op 15 december 1734 als zoon de militair Henri de Lannoy 6 maart 1748-en Marie Elisabeth Glauze. Hij huwde op 25 mei 1763 met Antoinetta FranÁoise Bigot de Villandry (geboren op 18 mei 1739, vervoerd op 29 december 1800 van Oisterwijk naar Den Bosch en aldaar begraven), dochter van de refugiť Jacques Adrien Isaac Bigot de Villandry, eerste luitenant van de lijfwacht en kamerheer van Prins van Oranje , opperschenker, luitenant generaal van de cavalerie en gouverneur van Willemstad. Hij was officier infanterie in Statendienst, laatstelijk luitenant. Hij was in 1772 ontvanger van 's-Hertogenbosch en schepen aldaar (1777-1790). In 1790 was hij in Den Bosch extra-ordinaris leenman van de leen- en tolkamer. In plaats van de Eninghe van Oisterwijk kwamen er in 1803 drie civiele schepenbanken met drie schouten civiel, te weten een voor Oisterwijk, Enschot en Heukelom, een voor Udenhout en Berkel en een voor Haaren en Helvoirt. Voor Oisterwijk c.a. werd bij Departementaal Besluit van 29 maart 1803 Jacob Arnold Henri de Lannoy tot schout civiel benoemd. Hij fungeerde als aanklager voor de schepenbank. Hij was baron en diaken van het Gereformeerde kerkgenootschap. De scheiding tussen administratief bestuur en rechtspraak, die in 1803 in theorie haar beslag had gekregen, werd een feit door de inlijving bij Frankrijk. Op 20 mei 1811 traden nieuwe besluiten in werking, die een einde maakten aan de civiele schepenbanken. Opgericht werden de Rechtbank van Eerste Aanleg te 's Hertogenbosch en het Vredegerecht te Oisterwijk. In maart 1816 was De Lannoy vrederechter in het kanton Tilburg. Bij K.B. van 20 februari 1816 werd hij verheven in de Nederlandse adel. In september 1816 was J. Rijpperda zijn opvolger als vrederechter. De Lannoyj stierf te Oisterwijk op 8 januari 1823.