Vries, Meine de

Handtekening Meine de Vries

Geboren te Steenwijkerwold op 19 november 1843 als zoon van landbouwer Egbert Hendrikus de Vries (Wanneperveen circa 1800) en Hendrikje Mol (Noordwolde circa 1803-Steenwijkerwold 1871?). Hij huwde op 5 augustus 1874 te Brielle met Johanna Elizabeth Boers (Middelharnis 23 juni 1846), met wie hij te Oisterwijk twee dochters en een zoon kreeg. Hij kwam op 20 augustus 1874 vanuit Rotterdam naar Oisterwijk en woonde Lindeind 270, later 244. Nederlands Hervormd en Frans kostschoolhouder. Hij had in het studiejaar 1882-1883 twee leerlingen, die later bekendheid verwierven: de tweeling Ericus Gerhardus Verkade (Zaandam 18 september 1868-Den Haag 29 augustus 1927) en Johannes S.G. Verkade (Zaandam 18 september 1868-Beuron 19 juli 1946). Eric en Jan waren zonen van Ericus Gerhardus Verkade, eigenaar van de brood-, koek- en beschuitfabriek De Ruyter te Zaandam. De twee rakkers werden door hun vader naar de als streng bekend staande kostschool in Oisterwijk gestuurd. De kinderen moesten voor en na de hoofdmaaltijd bidden en ’s zondags naar de protestantse kerk. Het ‘koffiehuis’, waar betere maaltijden dan op school en chocolade en snoepgoed te krijgen was, en landgoed De Hondsberg waren bij de kinderen favorieten. De kinderen Verkade hielden het niet lang uit. Bij hun afscheid stelde Meine de Vries tegenover Jan Verkade: "Beste jongen, we zijn nooit dikke vrienden geweest. Ik wil het beste hopen, maar ik ben bang, dat het U in Uw later leven heel slecht zal gaan; maar zoals gezegd, ik wil, het beste hopen. God behoede U!" Jan Verkade werd kunstschilder in Frankrijk (werkte met Paul Gauguin) enbkeerde zich tot het katholieke geloof. Hij trad rond 1900 in bij het benedictijnerklooster in Beuron (Duitsland) en veranderde zijn naam in Dom Willibrord Verkade. Eric Verkade werd directeur van Verkade's Fabrieken te Zaandam en directeur van de Nederlandsche Gist- & Spiritusfabriek NV te Delft. De Franse kostschool van Meine de Vries had bijna allemaal leerlingen van buiten Brabant, ze waren ook bijna zonder uitzondering Nederlands Hervormd en velen kwamen uit Nederlands IndiŽ en Paramaribo. In 1877 had De Vries 21 mannelijke en 4 vrouwelijke leerlingen (in 1882 nog slechts 9 jongens en 4 meisjes), het schoolgeld bedroeg 20 gulden per kwartaal en de school was gevestigd aan het Lindeind 244. De school werd gekenmerkt door tucht en er verbleven veel kinderen uit "Oost-Indisch buitenechtelijke samenlevingen". Tot 1881 had De Vries een hulponderwijzer: Daniel Joseph Lowis. De kostschool huisde in een pand aan De Lind dat reeds rond 1864 door de familie Holleman was aangekocht van jonkheer Pierre Jean Guillaume Martini (1807-1877), die rijksontvanger en ouderling te Oisterwijk was. In 1882 was De Vries lid van de door de minister ingestelde toelatingscommissie voor de Koninklijke Milmitaire Academie. Meine de Vries vertrok in 1884 naar Baarn, waar hij directeur werd van een school voor meer uitgebreid lager onderwijs in het verbouwde instituut De Oorsprong. Nicolaas Felix volgde hem in Oisterwijk op als Frans kostschoolhouder. Meine de Vries overleed op 25 november 1930 te Den Haag, waar hij begraven werd op de begraafplaats Oud Eik en Duinen. Zijn zoon E.H. de Vries werd directeur van de Deli-Batavia Tabakmaatschappij.

Literatuur E. Moebs-Bayer, ‘Gesnuffeld in twee dagboeken’, De Kleine Meijerij 16 (1963) 146-148.