Berkel, Theodorus (Theo) van![]()
Geboren op 6 februari 1906 in het achterbuurtje Kreppeneind te Uden als zoon van ruilebuiter Marinus van Berkel (Veghel 25 november 1881-Saint Louis City 14 juni 1956) en Helena (Leen) Henraat (Uden 27 april 1885-Saint Louis City 29 oktober 1950). Zijn vader leidt een zwervend bestaan in Nederland, Duitsland en België en is vanwege veelvuldige gevangenisstraffen wegens drankmisbruik, smokkel en gewelddelicten nauwelijks betrokken bij de opvoeding. De kinderen van het gezin spijbelen vaak van school en de tienjarige Theo wordt samen met zijn twaalfjarige en oudste broer Louis uithuisgeplaatst en opgevangen in een klooster van de broeders van de Congregatie van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten. Zij bieden zwervende jongeren in het Limburgse Heythuysen een opleiding aan voor het leren van een ambacht. Vader Marinus heeft inmiddels zoveel vijanden gemaakt dat hij besluit met zijn gezin uit Uden en Nederland te vertrekken. Theo van Berkel gaat op 21 april 1920 met zijn ouders, twee broers, drie zussen en 1326 andere gelukszoekers met het stoomschip Lapland vanuit de haven van Antwerpen naar New York. Als veertienjarige gaat Theo (die in Amerika Ted genoemd gaat worden) als monteur-bankwerker aan de slag bij de Raymond & Wright Experimental Works Special Machining. Bij deze firma zal hij tot 1927 werkzaam blijven. Maar de gezinssituatie blijkt minder stabiel. Die twee oudste zonen, de bijna achttienjarige Louis en de nog pas zestienjarige Theo, ontvluchten in de herfst van 1922 het ouderlijk huis, na ‘enkele agressieve uitbarstingen’ van hun vader. Hoewel er geen spijkerharde bewijzen zijn, zal mr. Max Moszkowicz ruim veertig jaar later in een pleitnota een pikzwart beeld schetsen van Theo’s vader. Theo is volgens Moszkowicz ‘door een bruut van zijn vader (…) mettertijd mishandeld’. Ook zou hij gezien hebben dat zijn moeder, broers en zusjes door de vader geslagen werden. Volgens Moszkowicz zou Theo ‘al op zeer jonge leeftijd’ getuige zijn geweest van de ‘ongeremde sexuele uitingen’ van de vader. En daar bleef het niet bij. Al spoedig werd Theo ook ‘zelf het voorwerp van dergelijke uitingen, met name zijdens een jeugdige “geliefde” van de “vader”’. Na te zijn ontsnapt aan de agressieve uitbarstingen van hun vader trekken Theo en Louis zwervend door Amerika, af en toe als verstekelingen op goederentreinen. Begin oktober 1922 worden ze door de politie opgepakt in de staat Indiana wanneer ze daar een pompwagen van een spoorwegmaatschappij stelen, waarmee ze verder willen vluchten. Op 4 december 1922 komen ze weer vrij en hun werkgever W.J. Raymond zorgt ervoor dat de boys weer thuis komen en opnieuw werk op de fabriek krijgen. Maar Theo van Berkel kan de nieuwe vrijheid niet aan. Hij raakt steeds verder op het verkeerde pad en wordt in december 1923 gearresteerd wegens een beroving. Bij gebrek aan bewijs volgt er geen celstraf. Hij bouwt in rap tempo een indrukwekkende criminele staat van dienst op. Op 9 januari 1924 wordt hij opgesloten wegens diefstal. Vier dagen later weet hij met drie andere jeugdige gevangenen te ontsnappen door uit een raam van de derde verdieping te springen. Op 6 juli 1925 wordt hij opnieuw gearresteerd, ditmaal op verdenking van verkrachting. Sluitend bewijs ontbreekt blijkbaar, want de volgende dag staat hij alweer op straat. De politie van St. Louis arresteert hem op 17 december 1926 voor de vierde maal, dit keer wegens beroving. Maar hij krijgt uiteindelijk een celstraf van een maand wegens landloperij. Begin 1927 leert Theo in Chicago, de 18-jarige Anna Tomes kennen, geboren in Moravské Lieskové (Oostenrijk-Hongarije, nu Slowakije). Theo en Anna huwen op 16 juli 1927 in Lake County (Indiana). Anna raakt meteen na het huwelijk zwanger. Ook Theo’s broer Louis treedt in het huwelijk. Wie echter denkt dat de broers het op het criminele pad nu wat rustiger aan zullen doen, komt bedrogen uit. Op 6 december 1927 plegen ze in Fond du Lac (Wisconsin) drie nachtelijke inbraken. Ze worden opgepakt en Theo wordt in de gevangenis op 7 maart 1928 vader van een zoon: Theodore Walter, roepnaam Ted. Op 29 juli 1929 komt Theo weer vrij. Niet voor lang. Op 3 juli 1930 ontvoert hij met een auto de negentienjarige Florence Stein, bedreigt haar met een mes er verkracht haar op de achterbank van de auto. Wederom wordt hij opgepakt, maar weet door hulp van buitenaf tot tweemaal toe op klassieke wijze uit zijn cel te ontsnappen: hij heeft de tralies doorgezaagd met een metaalzaagje verborgen in de zool van zijn schoen. Telkens wordt hij na een klopjacht weer gearresteerd. De rechter veroordeelt hem daarna tot vijftien jaar gevangenisstraf, vergezeld van zware dwangarbeid in de staatsgevangenis van Waupun in Wisconsin. Op 2 juni 1939 wordt hij na negen jaar gevangenisstraf vrijgelaten, na uiteindelijk gratie te hebben gekregen. De Amerikaanse autoriteiten besluiten hem drie dagen later over te leveren aan de Immigratiedienst in Chicago. Theo van Berkel wordt vervolgens op het stoomschip President Harding gezet naar Europa. Vanaf New York vaart hij naar Hamburg, waarna hij via Bentheim en Oldenzaal op 18 juni 1939 in zijn geboorteplaats Uden aankomt. Hij heeft her en der wat losse baantjes en gaat op 6 juli 1940 inwonen bij zijn tante Theodora de Kort-Henraat aan de Bosscheweg in Tilburg. Op 15 augustus 1941 (Maria hemelvaart) raakt het tienjarige buurmeisje Ria Pagie vermist. Theo van Berkel biedt meteen zijn hulp aan bij de zoekactie. Theo is populair in de buurt. Hij blijkt een Don Juan. De jonge meisjes van Tilburg vallen één voor één voor ‘den Amerikaon’, die ook niet nalaat de meiden te trakteren op jurkjes of grote sommen geld. Ook Corrie Pagie, een oudere zus van Ria, valt voor zijn charmes en heeft vanaf juli 1940 verkering met Theo. Ze is dan pas 17 en Theo al 34! De relatie duurt een jaar, dan komt ze er achter dat hij het met meerdere meisjes in Tilburg aanlegt. Maar op deze Maria Hemelvaart is Corrie, die als spoelster in de textielindustrie werkt, druk bezig om een witte wollen trui van Van Berkel opnieuw te breien omdat die bij het wassen gekrompen is. Theo is de huisvriend van de familie Pagie. De kinderen in de buurt kennen hem als een vrijgevig persoon. In de zomer krijgen ze van hem vaak een dubbeltje voor een ijsco en hij is nooit te beroerd om spelletjes met de kinderen te doen. De Tilburgse inspecteur Jan Stevens heeft na uitgebreid buurtonderzoek na twee weken een dader in beeld, maar omdat Ria Pagie nog steeds niet gevonden is, krijgt hij van de Officier van Justitie geen groen licht om tot arrestatie over te gaan. En dan wordt op 29 augustus 1941 de dertienjarige Annie Remken uit Rotterdam dood en verkracht gevonden in de Oisterwijkse bossen. Zij was daar op vakantie bij boeren op De Logt, stond op het punt om met haar ouders weer terug te gaan naar Rotterdam, tot zij even vooruit fietste maar nooit op De Logt aankwam. Haar ontzielde lichaam wordt nog dezelfde dag in de Oisterwijkse bossen gevonden. Inspecteur Stevens aarzelt niet langer meer en pakt de volgende dag een verdachte op: Theo van Berkel. Zijn fiets is namelijk gevonden bij het lijk van Annie Remken. Op 25 oktober 1941 doet jachtopziener Jan Hubert Hommen op het landgoed Maria-Hoeve tussen Moergestel en Heukelom een vreselijke ontdekking. Zijn hond graaft in de grond waarbij er een blauw schoentje tevoorschijn komt. Het is de jachtopziener onmiddellijk duidelijk dat zijn hond het lijkje van Ria Pagie moet hebben gevonden. Op 17 december 1942 doet de Bredase rechtbank uitspraak. De rechtbank acht doodslag bewezen en veroordeelt Van Berkel tot de maximumstraf daarvoor van vijftien jaar cel. Zowel Van Berkel als de Officier van Justitie gaan in hoger beroep bij het Bossche gerechtshof. Op 2 juni 1943 volgt de uitspraak. Het gerechtshof moet vanwege vormfouten het vonnis van de Bredase rechtbank vernietigen, maar komt inhoudelijk tot dezelfde uitspraak: vijftien jaar cel wegens doodslag. Op 22 november 1943 oordeelt de Hoge Raad dat er ook door het gerechtshof een vormfout is gemaakt. De hoger beroepzaak moet nu over bij het gerechtshof in Den Haag, dat op 23 februari 1944 Van Berkel veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens doodslag. De verdediging zal nog tegen het vonnis van het gerechtshof in cassatie gaan. De Hoge Raad verwerpt op 26 februari 1946 dit cassatieverzoek en daarmee is de veroordeling onherroepelijk. Daarmee komt na bijna drieënhalf jaar een einde aan het strafproces. Theo van Berkel wordt zonder aftrek van voorarrest (hij zit al vierenhalf jaar vast) vanaf 13 juli 1946 opgesloten in de strafgevangenis van Leeuwarden. In de gevangenis gedraagt Van Berkel zich voorbeeldig. Hij heeft goede relaties met de directeur en leidt als vakman jonge delinquenten op in technische beroepen. Strafvermindering volgt en op 12 september 1955 valt het besluit van de minister van Justitie om Theo van Berkel voorwaardelijk in vrijheid te stellen. Een dag later verlaat Van Berkel de gevangenis in Leeuwarden. Hij komt onder toezicht van een rooms-katholieke reclasseringsinstelling, die hem plaatst in de open inrichting Algemene R.K. Landkolonie Koningslust in Helden. Hij woont op diverse plekken in Limburg en de ondertoezichtstelling komt te vervallen omdat men meende dat van Van Berkel ‘geen gevaar meer was te duchten’. Op zondagmiddag 11 september 1960 fietst de elfjarige Hansje Hermans van het Noord-Limburgse Evertsoord naar zijn oom, die woont in een gehucht in de eenzame Peel. Hansje komt nooit meer thuis. Twee dagen later wordt het lijkje van Hansje gevonden. Mensen hebben een rode scooter in die buurt waargenomen. Dat leidt tot de arrestatie van de eigenaar van die opvallende scooter: Theo van Berkel. Op 3 oktober 1961 begint het proces voor de rechtbank Roermond. De officier van justitie eist vijftien jaar gevangenisstraf plus ter beschikkingstelling van de regering (TBR) wegens gekwalificeerde doodslag. Twee weken later zal de rechtbank Van Berkel conform de eis van het Openbaar Ministerie veroordelen. Van Berkel tekent hoger beroep aan, maar trekt dat verzoek op 19 januari 1962 weer in. Hij verhuist op 27 februari 1962 opnieuw naar de strafgevangenis in Leeuwarden. Vanaf 2 augustus 1967 wordt hij verder behandeld in de TBR-inrichting Veldzicht te Balkbrug. Tijdens zijn gevangenisstraf en TBR legt hij herhaaldelijk verklaringen af over de drie moorden, maar hij trekt ze even gemakkelijk ook weer in. De TBR wordt ingaande 29 mei 1981 niet meer verlengd. Theo van Berkel zal kort daarna in vrijheid overlijden. De kindermoordenaar sterft op 21 maart 1982 in Nijmegen. Vier dagen later wordt hij op de Nijmeegse begraafplaats Jonkerbos ter aarde besteld in een algemeen graf, dat rond 1996 is geruimd. Hoe zijn laatste jaren zijn verlopen is onbekend. Maar de begrafenis was aangevraagd door De Hulsen, een centrum voor daklozenopvang! Theo van Berkel is 76 jaar oud geworden. Daarvan leefde hij maar liefst 46 jaar in gevangenschap, TBR en onder toezichtstelling. Literatuur: Ad van den Oord, De kindervriend. De moord op twee meisjes in de Oisterwijkse bossen, 1941 (Oisterwijk 2023); Oisterwijk in Beeld, documentaire Dossier De Kindervriend |