Esch, Everardus Hendrikus van
Geboren te Oisterwijk (Kerkeind) op 27 februari 1914 als zoon van schoenmaker Adrianus van Esch (Moergestel 8 augustus 1875-Tilburg 5 december 1917) en Martha Johanna Kersten (Wageningen 4 augustus 1878-Oisterwijk 2 maart 1956). Een makkelijke jeugd zal Evert van Esch niet hebben gehad. Zijn vader stierf al toen Evert nog pas drie jaren oud was. Zijn moeder was in 1900 veroordeeld door de rechter in Breda tot een gevangenisstraf van twee maanden. Ze had als dienstbode wonende te Oisterwijk een portemonnee gestolen van een winkelier. Zoiets bleef een familie vaak decennialang achtervolgen. In de jaren dertig stond Evert in het bevolkingsregister vermeld als ‘sjouwer’. Een bekend straatpersoon zou hij later worden toen hij door de gemeente werd aangesteld als stratenveger met bezem en bakfiets. Hij hield vooral De Lind schoon van lindenbladeren en straatvuil. Maar hij verzorgde ook de hertjes van het hertenkamp. Hij vroeg aan iedereen aardappelschillen, appels, peren en oud brood ‘vur de ertjes’ (hij kon de H niet uitspreken). Hij zou deze functie van 1953 tot 1983 uitoefenen. Tot de dood van zijn moeder in 1956 woonde hij met haar op Hoogstraat 99 (nu een parkeerterrein). Hij woonde daar in elk geval nog in 1964 in zijn eentje. Zijn woning was dichtbij cafetaria Matonio, waar hij dan een ‘eeten bol’, een nasibal bestelde. Evert van Esch is in mei 1979 naar verzorgingshuis Ten Beijgaerde gegaan. In 1983 stopte hij op 69-jarige leeftijd met straatvegen. Jan Hobbelen nam zijn taak over, maar al ras zouden machines het werk van de stratenveger overnemen. Evert van Esch bleef tot zijn dood ingeschreven in de gemeente Oisterwijk maar is op 16 januari 1990 overleden in Kerkrade (bron: Centraal Bureau voor Genealogie). |