Schonk, Jan Cornelis

Geboren op 31 juli 1823 te Oisterwijk als zoon van metselaar Martinus Schonk (gedoopt Oisterwijk 9 januari 1798-6 maart 1849) en dienstmeid Joanna van Berkel (gedoopt Oisterwijk 12 juni 1795-24 juni 1840). Hij huwde op 1 mei 1851 te Oisterwijk met Cornelia Janse (Oisterwijk 8 februari 1824-5 april 1882), dochter van een dagloner, met wie hij vijf zonen en vijf dochters kreeg.

Hij woonde met zijn gezin aan het Lindeind, mogelijk achter de hoven (Klein Amsterdam). Zijn vader en zijn broer Johannes (Jan) Schonk (Oisterwijk 27 december 1832-27 november 1909) waren eveneens metselaar. De gebroeders Schonk bouwden niet alleen in Oisterwijk huizen en infrastructurele werken (kunstwegen, bruggen), maar ook in andere gemeenten in Noord-Brabant. In de periode 1871-1875 mocht Jan Cornelis Schonk een nieuwe vleugel en een kapel aanbouwen aan het klooster van de zusters van Liefde in Moergestel (Stanislaus). Schonk kon als laagste inschrijver in 1885 de Heukelomseweg aanleggen. In Haaren werd een grote opdracht in 1889 binnengehaald met de bouw van het raadhuis en brandspuithuisje. Ook na zijn dood en die van zijn broer werd onder de naam gebroeders Schonk het nodige gebouwd door latere generaties. Zijn zoon Johannes Jan combineerde het beroep van metselaar met dat van caféhouder. Datzelfde gold daarvoor overigens ook al voor zijn broer Johannes Schonk, die een koffiehuis dreef bij het station, waarin vooral veel veilingen door notaris Wouters plaatsvonden. De gebroeders Schonk was vanaf 1893 de firmanaam van drie zonen van Jan Cornelis: Johannes Jan Schonk (20 februari 1853, Kerkstraat A132), Adrianus Lambertus Schonk (19 oktober 1859, Lindeind B10) en Cornelis Lambertus Schonk (18 oktober 1863 Suysendijk B270).  Zij liepen evenals hun oom Jan Schonk in 1894 de bouw van de nieuwe Petruskerk mis ten koste van de Oisterwijkse aannemer P.H. Versteijnen, die overigens daarna failliet zou gaan. Maar de gebroeders Schonk bouwden in 1898 wel het pensionaat Nazareth in Best. In dezelfde gemeente zouden zij in 1901 een verenigingsgebouw neerzetten. Eind 1898 liep de familie Schonk wederom een grote opdracht nipt mis: de bouw van het nieuwe raadhuis van Oisterwijk. Slechts een paar honderd gulden was de familie Schonk duurder dan de goedkoopste aannemer (uit Tilburg). Dat laatste stootte drie gemeenteraadsleden tegen de borst. Zij stemden toch voor Schonk, maar de raad koos in meerderheid voor de Tilburgse aannemer. In 1901 bouwden de gebroeders Schonk een uitbreiding van de schoenfabriek van Janus Roosen, tevens hun oom. En tijdens de bouw ging er ook weleens iets vreselijks mis. Zo kwam een metselaar van de firma in augustus 1902 om het leven toen hij van het dak viel bij de bouw van huizen in Stratum en met zijn hoofd op een emmer kalk terecht kwam. De firma mocht in november 1908 ook de verbouwing van het Koninklijk Postkantoor ter hand nemen. De gebroeders Schonk zouden voor Natuurmonumenten in 1914 de boswachterswoning De Venkraai bouwen onder architectuur van Bernard Vriens. Hij en de gebroeders Schonk deden veelal gezamenlijke bouwopdrachten. In 1918 leverden de gebroeders Schonk de Wierdsmabank op, die een eerbetoon vormde voor de families die bijgedragen hadden aan de instandhouding van de natuur rondom Oisterwijk. De grootste opdracht wellicht voor de familie Schonk kwam even daarvoor. Architect Henri van den Biggelaar en aannemer Adrianus Lambertus Schonk zetten toen de nieuwe lederfabriek van Chris van der Aa in de steigers maar pas in 1918 kon, vanwege de oorlog en het gebrek aan machines, de productie starten. Op 1 maart 1925 werd de firma met de drie broers opgeheven. Een van de broers Cornelis Lambertus zal onder de oude firmanaam de zaak nog voortzetten tot 26 maart 1941. Metselaar Cornelis Johannes Hubertus Schonk (Oisterwijk 25 mei 1911), kleinzoon van Jan Cornelis Schonk, was in juli 1934 tijdens de eerste dag van de Oisterwijkse kermis in de Dorpsstraat in botsing gekomen met een groepje Tilburgers met een kinderwagen. Dat was voldoende reden voor de Tilburgers om Schonk met een mes te steken, waarbij zijn lever doorboord werd. Hij overleefde deze aanslag ternauwernood, kon vanuit zijn ziekenhuisbed een dader aanwijzen, maar deze werd bij gebrek aan verder bewijs vrijgesproken. Deze kleinzoon van Jan Cornelis zou vanaf eind 1938 een eigen aannemersbedrijf aan de Burg. Verwielstraat 5 hebben tot het faillissement in 5 december 1952. Dit bedrijf was weer een voortzetting van het bedrijf van zijn vader  Adrianus Lambertus Schonk (firma A. Schonk en zoon 1932, gevestigd aan de Dorpsstraat). Deze firma heeft het recreatiehuis Roezemoes aan de Scheibaan van George Perk jr. verbouwd in 1932. Founding father van het aannemersbedrijf Schonk, Jan Cornelis Schonk, was toen al lang overleden: op 9 januari 1892 had hij in Oisterwijk zijn laatste adem uitgeblazen. In totaal waren er dus ten minste vier generaties Schonk actief in de aannemerswereld van Oisterwijk.