Waals, Martinus Josephus Antonius (Martin) van der



Geboren op 16 juni 1954 te Oisterwijk (duplexwoning Tilburgseweg 79a) als zoon van huisschilder Antonius Cornelis (Antoon) van der Waals (Oisterwijk 8 mei 1912-Moergestel 3 december 1969) en Helena Theodora Lapien (Oisterwijk 25 december 1922-25 oktober 2002). Hij huwde op 10 december 1981 in Oss met Cornelia Gerarda Maria (Carla) Schuijers (Oss 8 juli 1955), die hij op een station had leren kennen. Met Carla kreeg Martin een dochter en een zoon.

 In maart 1960 was het gezin Van der Waals met de jonge Martin van de duplexwoning naar de Prinses Beatrixstraat 24 in Oisterwijk verhuisd. Martin bezocht van 1960 tot 1966 de Johannes de Doperschool tegenover het fraterhuis aan de Kerkstraat. Hij ontwikkelde daar een grote behoefte om nieuwe kennis op te doen, om ‘door te leren’, maar een frater besliste dat arbeidersjongen Van der Waals naar de LTS in Boxtel moest, richting metaal. Aan Martin werd niks gevraagd, dat gebeurde niet in die tijd. Martin herinnerde zich dat zijn moeder dreigde hem naar kinderhuis Rustoord te sturen als hij zich niet gedroeg. En dus schikte Martin zich in zijn lot, waarbij hij op vijftienjarige leeftijd ook nog eens zijn vader verloor en het gevoel kreeg verantwoordelijk te zijn voor het gezin, dat naast Martin en moeder uit twee zusjes bestond. Met andere woorden: er moest gewerkt worden en niet gestudeerd. Maar het ontnemen van de kans om te studeren zou Martin zijn hele leven bezig houden. Op de website van het Geheugen van Tilburg ventileerde Martin zijn frustratie daarover:  “Studeren: geen kans! Een buurtbewoner, werkzaam bij de DAF in Eindhoven, nam mij mee naar die fabriek, zijn werkadres. Ik heb er daadwerkelijk twee weken gewerkt. De situatie daar leek op de lopende band in de film ‘Modern Times’ met Chaplin… Het was niet mijn stiel om acht uur per dag aan de lopende band te staan, zo bleek dus na korte tijd. Na veertien dagen had ik mijn ontslagbewijs van de DAF-fabriek in handen…Wat nu?”. Via een muziekwinkel in Oisterwijk waar Martin altijd grammofoonplaatjes kocht, kwam hij in Tilburg terecht, bij Ad Peeters en zijn ‘SoundKing’-muziekinstrumentenfabriek. Zijn leven lang zou Martin geboeid blijven door muziekinstrumenten, hij zou er later ook over publiceren. Martin werkte bij Ad Peeters in Tilburg (Molenstraat) vanaf augustus 1970 en bleef er zeven jaar hangen. Naast instrumenten was Martin ook een liefhebber van de moderne jazzmuziek. Hij schreef in 2011 in het heemkundeblad een ode aan de Oisterwijkse jazzmusicus Jan Merkelbach, zijn bovenbuurman in de duplexwoning. Na zijn zeven jaren in Tilburg bij Ad Peeters  volgde een retraiteperiode. Martin liet zich omscholen tot Z-verpleegkundige waarvoor hij meerdere opleidingen volgde. Hij was kort werkzaam op Haarendael, instelling voor mensen met een verstandelijke beperking (Haaren) en daarna werkte hij jarenlang op Huize Assisië (Biezenmortel). Hij woonde aanvankelijk in Haaren respectievelijk Udenhout. Maar na zijn huwelijk ging hij in Oss wonen. Toen het werk op Huize Assisië met onregelmatige diensten fysiek te zwaar werd voor zijn rug is hij nog werkzaam geweest op De Elzengaard (locatie: Den Bosch), een dagcentrum voor gehandicapte kinderen. Daarna was hij nog werkzaam als conciërge op een school in Oss. Rond zijn pensionering werd hij als laatbloeier een zeer actief heemkundige. Zijn eerste artikel (over zijn vader als voetballer en trainer) verscheen in 2008 in het heemkundeblad De Kleine Meijerij. In hoog tempo volgde er nog een dertigtal artikelen, waarbij Martin veel aandacht gaf aan de geschiedenis van ‘gewone Oisterwijkers’. Als geen ander had Martin contacten in het Oisterwijkse en ‘oral history’ vormde naast het weekblad Kerkklokje dan ook een belangrijke bron voor zijn artikelen. In 2019 maakte hij samen met oud-leraar en oud-journalist Piet Jacobs voor Jumbo-supermarkt het plaatjesboek Groeten uit Oisterwijk. Eveneens met Jacobs schreef hij het 175 jaar-jubileumboek over muziekvereniging Asterius. Voor dat boek ontvingen ze in 2023 de Oisterwijkse Cultuurprijs. Martin publiceerde boeken over de Oisterwijkse Sinterklaasviering en over de opvang van evacuees uit Zeeland in De Staalberg, na de Watersnoodramp. Zijn artikel over de vondst van een tegeltableau van de Johannes de Doperschool leidde ertoe dat het tableau ondergebracht werd in de tuin van Monument van Riel in Heukelom. Martins interesse lag vooral bij de geschiedenis van Oisterwijk, maar hij schroomde niet om tijdens zijn onderzoek uitstapjes te maken naar het buitenland. Zo correspondeerde hij met het archief in Letland voor zijn onderzoek naar De Russische Madame en leidde zijn onderzoek naar Asterius hem naar de nazaten van oud-dirigent Kessels in El Salvador. Het leverde een prachtige herinneringsmedaille van Kessels op die Martin schonk aan het Kessels Museum in Tilburg. Zijn boek over De Russische Madame vormde de inspiratiebron voor een jubileumvoorstelling van de Verenigde Oisterwijkse Spelers (VOS) in het Natuurtheater. Voor Oisterwijk in Beeld verzorgde hij, lange tijd samen met Els Oomis, wekelijks een digitaal artikeltje over de historie van Oisterwijk, waarbij een oude en nieuwe foto van een woon- of bedrijfspand de rode draad was. Hoewel hij beslist geen fan was van sociale media, besefte hij dat die sociale media wel een belangrijk medium waren om een historische boodschap over te brengen. Maar persoonlijk verliet hij begin 2024 Facebook. De sfeer op de ‘socials’ stond hem niet meer aan. Martin van der Waals overleed na een hersenbloeding, gevolgd door een longontsteking, op 19 juli 2025 in het Tilburgse ziekenhuis.

Literatuur: Anton van Dorp, ‘Martin van der Waals (1954-2025), een in memoriam (met kwartierstaat)’, De Kleine Meijerij 76 (2025) 71-73.