Wouw, Wilhelmus Petrus (Wim) van de


Geboren op 17 september 1927 te Hilvarenbeek als zoon van landbouwer Martinus van de Wouw (Berkel-Enschot 19 februari 1884-Oisterwijk 5 juni 1976) en Lamberta Johanna van de Loo (Udenhout 25 november 1885-Oisterwijk 14 oktober 1951). Hij huwde in mei 1954 met Cornelia Jacoba (Cor) van de Wouw (Moergestel 30 maart 1926-Oisterwijk 5 juni 2014), dochter van een looier. Samen kregen ze drie dochters en twee zonen, die allebei reeds als zuigeling stierven.

Het landbouwersgezin Van de Wouw verhuisde in 1922 van Oisterwijk naar Hilvarenbeek (Slibbroek), toen nog zonder Wim, die was nog niet geboren. Op 31 maart 1937 verhuisde het gezin met de tienjarige Wim naar Haaren (Gever B26, boerderij Kivietsblek), op 1 januari 1938 kwam na een annexatie dat deel van Haaren bij Oisterwijk. Vanaf zijn tiende woonde Wim met zijn familie op boerderij Kivitsblek, in een uithoek tussen Oisterwijk en Haaren, tegen het natuurgebied Kampina aan. Zijn ouders waren volgens Wim heel zorgzaam, braaf en Katholiek met een hoofdletter. Hij moest iedere ochtend nuchter naar de kerk en ter communie. Vervolgens mocht hij bij de nonnen uit de Schoolstraat zijn brood opeten en dan naar de jongensschool in de Nic. van Eschstraat (St.-Jozefschool). Daar werd hij gepest door zijn medeleerlingen omdat hij uit Hilvarenbeek kwam en niet in Oisterwijk was opgegroeid. Dat duurde totdat Wim de grootste raddraaier een aframmeling gaf. Toen was hij ineens de held van de school. Na de lagere school kreeg hij landbouwonderwijs en volgde een middenstandscursus. Vlak voor de bevrijding beleefden de toen pas 17-jarige Wim van de Wouw en zijn broer Kees bange uren. Feldgendarmerie kwam ze op de boerderij ophalen. Eigenlijk kwamen de Duitsers voor hun broer Dré, die in het verzet zat, maar die was er niet. De moffen wilden meer weten van de verzetslieden die drie Duitse soldaten in een kippenkooi hadden opgesloten. Wim en zijn broer Kees speelden de vermoorde onschuld tijdens hun verhoor op landgoed Eikenhorst (Witte zusters) te Esch, daarna werden ze uit de overvalwagen gegooid. Na de oorlog moest Wim als jongen van 19 jaar als soldaat naar Nederlands-Indië, waar hij werd ingedeeld bij de vierde hulpverbandplaats. Over deze oorlog daar vertelde hij liever niet. ‘Hoe kan de mensheid nog steeds zo stom zijn?’, was wel zijn oordeel over alle oorlogen daarna. Wim werkte al nadat hij van de lagere school was gekomen met zijn broer in het gemengd boerenbedrijf van zijn vader. Het boerenleven beviel hem prima, maar na 15 jaar deden zijn nieuwsgierigheid en interesse in o.a. de natuur, hem belanden bij Brabants Landschap waar hij in dienst trad als reservaatbeheerder. Hij beheerde 2800 hectaren, droeg bij tot de inrichting en beheer van landgoederen, kocht landbouwgronden en onderhield vele contacten waaronder die met de pachters. In de jaren zeventig draaiden Wim, Cor en hun dochters ook een camping bij de boerderij. De stal bij de boerderij bood ruimte voor de ‘bonte avond’. Zijn leven lang raakte Wim van de Wouw niet uitverteld. Het boerenbestaan en de natuur waren een onuitputtelijke bron voor de Oisterwijker. Wim had een fenomenaal geheugen over wetenswaardigheden uit de geschiedenis. Een aantal verhalen, anekdotes, gedichten en verzen werd door Oisterwijk in Beeld vastgelegd. Van de Wouw vulde een website met ‘Verhalen uit de Kievitsblek’, waarvan ook een boekje kwam.  Wim van de Wouw overleed op 30 september 2025, op de leeftijd van 98 jaar.

Oisterwijk in Beeld maakte een documentaire over Wim van de Wouw.